Symposium Jan Yperman ziekenhuis: Revalidatie na borstchirurgie

Friday, December 18, 2015

Op dinsdag 22 september 2015  organiseerde de borstkliniek van het Jan Yperman ziekenhuis (JYZ) een eerste symposium omtrent revalidatie na borstchirurgie. Op deze avond waren 150 artsen, kinesitherapeuten  en verpleegkundigen aanwezig.  Het hoofddoel van dit symposium was om na te gaan of kinesitherapie nuttig is bij revalidatie na borstchirurgie, en dit zowel preventief als curatief.

De avond werd ingeleid door Dr. Jan Quintelier, gynaecoloog en coördinator van de borstkliniek. Hij gaf een korte voorstelling van de borstkliniek, 1 van de 23 officieel erkende borstklinieken in België.
Dr. Olivier Brouckaert, gynaecoloog van het JYZ gaf vervolgens een kort overzicht over de recente veranderingen op vlak van chirurgie bij borstkanker.  Dankzij betere screening en toepassing van radiotherapie wordt er steeds minder radicaal te werk gegaan, dit zowel ter hoogte van de borst (borstsparende chirurgie) als ter hoogte van de oksel (sentinel-procedure).  Sinds 1994 is de sentinel procedure de gouden standaard bij borstkanker chirurgie.  Vandaag blijkt dat bij 3/4e van de patiënten waarbij nadien de rest van de okselklieren verwijderd werden er geen bijkomende aangetaste klieren aanwezig waren.  Uit recent onderzoek ACOSOG (2011) en NSABP B-32 (2013) blijkt dat er geen inferieure overleving is indien patiënten enkel sentinel-procedure kregen zonder bijkomende okseluitruiming. Dr. Brouckaert stelt dat er in de toekomst zelfs een grote kans is dat ook de sentinel-procedure zal verdwijnen en er enkel nog doelgerichte radiotherapie zal gegeven worden. Dit alles heeft natuurlijk grote positieve gevolgen voor revalidatie na borstchirurgie.

Prof. Nele Devoogdt, Doctor-assistent KU leuven, kinesitherapeut en coördinator van lymfoedeemcentrum UZ leuven  kon vervolgens een wetenschappelijk antwoord geven op de vraag: Is kinesitherapie nuttig na borstchirurgie. 
Uit literatuur blijkt dat 21% van de patiënten lymfoedeem ontwikkelen na borstchirurgie (Disipio 2013), maar een veel groter aandeel van de patiënten ontwikkelen schouder- en rompklachten (Hayes 2012), namelijk pijn, verminderde ROM en daling in ADL-activiteiten.
Postoperatief blijkt preventie van bovenstaande klachten zeer belangrijk. Informatie geven omtrent oedeem, opsporen van oedeem aan de hand van metingen (bilateraal en pré- postoperatief), een goede huidzorg geven, normaal gebruik van lidmaat stimuleren, oefeningen geven en onder controle houden van BMI zijn de belangrijkste taken van de kinesitherapeut. Evenals behoud van een goede schoudermobiliteit aan de hand van stokoefeningen, dwarse rek op de borstspier en PNF-oefeningen.  Wetenschappelijk onderzoek kan het nut van manuele lymfedrainage (MLD)  ter preventie van lymfoedeem niet aantonen.

Als het gaat om behandeling van lymfoedeem verwijst Prof. Devoogdt ook naar de literatuur en internationale consensus. Namelijk, tijdens de intensieve fase: zwachtelen, huidzorg, oefentherapie en ademhalingstherapie en MLD proximaal ter hoogte van de zwachtel of ter hoogte van fibrose. Tijdens de onderhoudsfase wordt de steunkous gedragen,  MLD  wordt afgebouwd  naar 1x/maand, en oefeningen en huidzorg dienen regelmatig gecontroleerd te worden door de kinesitherapeut.

Dhr. Philippe De Paepe, hoofddocent Dr. Vodderschool België/Nederland, kinesitherapeut en voorzitter vereniging MLDV neemt als laatste op de avond het woord.
Dhr De Paepe begint met een reeks filmpjes die de verschillende manieren van manuele lymfedrainage demonstreren. Het moet de veelvuldigheid van manuele lymfedrainage technieken demonstreren en aantonen dat er nog steeds weinig consensus is over de correcte uitvoering van manuele lymfedrainage. Volgens Dhr De Paepe wordt er in geen enkel wetenschappelijk onderzoek vermeld welke manuele technieken precies zijn uitgevoerd tijdens de studies om effectiviteit van manuele lymfedrainage te onderzoeken. Dhr De Paepe benadrukt het belang van klinische evidentie, en hekelt de noodzaak aan wetenschappelijke evidentie.

Dhr De Paepe benadrukt de noodzaak om preventief manuele lymfedrainage Vodder (MLDV) te geven om a-functionele lymfevaten weer functioneel te maken. Hij verwijst ook naar wetenschappelijk literatuur waarin blijkt dat preventieve MLD wel nuttig zou zijn.  Dhr De Paepe omschrijft het interstitium als een bad van Kühnke waarbij arteriële filtratie zorgt voor overloop van het bad, veneuze reabsorptie zorgt voor 90% van de afvoer en lymfevaten zorgen voor 10% van de afvoer van oedeem. (Starling-principe)  MLDV zou dankzij de zachte technieken werken op de veneuze reabsorptie en het lymfestelsel ,dat voor 80% oppervlakkig ligt, weer functioneel maken.  Precies om deze reden dient volgens hem ook opgelet te worden met zwaardere oefeningen om arteriële filtratie te voorkomen.  Echter, Dhr De Paepe blijkt niet op de hoogte van onderzoek van Levick (2004 en 2010) waarin aangetoond wordt dat er geen veneuze reabsorptie mogelijk is en alle reabsorptie gebeurt via de lymfevaten.
Ter behandeling van lymfoedeem na borstchirurgie adviseert Dhr De Paepe 3x/week manuele lymfedrainage Vodder gedurende de eerste 3 weken, met nadien 1x/week manuele lymfedrainage als follow up. Ook zwachtelen met Coban wordt aangeraden, oefeningen ter preventie van schouderklachten, pneumatische compressie en lymfetaping om hard oedeem zacht te maken.  Ook diepe lymfoveneuze shunt (Campisi, Giacolone) behoren in de toekomst zeker tot de mogelijkheden volgens Dhr De Paepe.

De avond werd afgesloten met een korte discussieronde waarbij de aanwezige artsen de noodzaak aan wetenschappelijke evidentie benadrukten.  Dhr De Paepe werd vriendelijk uitgenodigd om zijn stellingen omtrent preventief en curratief gebruik van manuele lymfedrainage Vodder wetenschappelijk te onderzoeken en de evidentie ervan aan te tonen.