Symposium "Lymphology out-of-the-box!": verslag

Wednesday, March 21, 2018

Op 17 maart 2018 vond in Gent (campus UZ-Gent) de 3de editie plaats van het Oedema-symposium; dit jaar met als titel “Lymphology out-of-the-box!”. Het werd een gevarieerd programma met plenaire sessies in de voormiddag; workshops in de namiddag en een interactieve sessie over lymfofluoroscopie.

Het welkomstwoord werd verzorgd door de moderatoren van de dag, prof. N. Devoogdt en prof. N. Gebruers. Het thema “out-of-the-box” werd verduidelijkt; er zijn veel klinische vragen waarop we momenteel nog geen of onvolledig antwoord hebben vanuit de wetenschappelijke evidentie. Hierop nam Vickie Van Besien (UGent) als nieuwe voorzitter van Oedema het woord. Zij informeerde de toeschouwers over het verloop van het symposium en de opleiding Oedeemtherapie; waarvan de volgende editie start in september 2018 en geïnteresseerden kunnen zich vanaf nu inschrijven.

De eerste out-of-the-box presentatie werd verzorgd door dra. H. Verbelen (REVAKI-MOVANT UAntwerpen). Zij doctoreert binnen het thema ‘morbiditeit na borstkanker’. Voor het symposium presenteert ze enkele bevindingen over borstoedeem met als doel na te gaan hoe het erkent moet worden en of er een behandeling nodig is. Het blijkt dat borstoedeem steeds vaker voorkomt door de combinatie van borstsparende ingrepen die gevolgd worden door radiotherapie. Echter is borstoedeem nog niet gedefinieerd met als gevolg dat de incidentiecijfers enorm verschillen. Dra. Verbelen stelt de BREQ vragenlijst voor, een nieuw instrument om borstoedeem te diagnosticeren. Voor de behandeling is er tevens weinig informatie voorhanden. Dra. Verbelen linkt de huidige consensusbehandeling aan de behandeling van borstoedeem. Op de vraag moet het nu behandeld worden wordt een duidelijk antwoord gegeven; een grote groep patiënten kent een normalisatie van de klachten tussen 4 en 12 maanden na de radiotherapie. Voor een kleiner percentage worden de klachten echter chronisch. Deze laatste groep moet alvast kunnen rekenen op een behandeling. Tevens benadrukt Dra. Verbelen de noodzaak aan verder wetenschappelijk onderzoek.

De volgende spreker is dr. A. De Groef (KU- en UZLeuven) en gaat verder in op de link tussen lymfoedeem en andere schouder- en armproblemen die patiënten ervaren. Het is alvast een gegeven dat sommige patiënten denken een lymfoedeem te hebben maar eigenlijk eerder een arm- of schouderprobleem hebben en vice versa. Eén van de moeilijkste klachten is pijn. Patiënten die pijn ervaren beschrijven vaak klachten die ook bij lymfoedeempatiënten voorkomen. Dr. De Groef gaat in op de verschillende soorten pijn; nociceptieve pijn, neuropatische pijn, centrale sensitisatie en mixed pijn. Daarom is het belangrijk om bij pijn alvast te denken aan gerefereerde pijn owv impingement of trigger punten in de schouderregio. Verder wordt aangehaald dat er tevens perceptiestoornissen zijn. De gelijkenis met CRPS wordt aangehaald aangezien deze patiënten een milde zwelling vertonen maar indien ze dit zelf beschrijven zichzelf een ernstige zwelling toekennen. De behandeling van deze pijnklachten bestaat uit informatie en advies en indien nodig een correcte verwijzing naar een collega met ervaring in deze problematiek.

V. Van Besien (UGent) presenteert de resultaten van een systematische analyse van de huidige evidentie omtrent lymfetaping. In totaal werden 20 gecontroleerde studies (19 RCT’S) gevonden die lymfetaping hebben onderzocht. Lymfetaping voor het gelaat toont goede resultaten voor de uitkomst zwelling; weinig effect op pijn. Voor het onderste lidmaat werd er vooral evidentie gevonden voor het gebruik van kinestiotape na VKB-operatie, Ilizarov en TKP. Voor de bovenste ledematen toonde een meta-analyse aan dat bandageren een grotere reductie (413 ml) gaf dan kinestiotape. De overige RCT’s die gebruik maken van patiënten met borstkankergerelateerd lymfoedeem tonen gemengde resultaten waardoor het bandageren voorlopig zeker niet vervangen kan worden door lymfetaping alleen.

Dr. S. Thomis (UZLeuven) brengt de toeschouwers up-to-date omtrent de chirurgische mogelijkheden om lymfoedeem te behandelen. Er zijn twee soorten chirurgie. Een eerste optie is om een fysiologisch herstel te bekomen. Dit is mogelijk in pitting oedemen, graad 1 en 2. De tweede optie bestaat uit de debulking, hierbij wordt het overtollig weefsel dat zicht gevormd heeft door het oedeem weggenomen.Voor een fysiologisch herstel wordt er vaak gekozen voor LVA of lymfoveneuze anastomosen. Hierbij worden 1 tot meerdere lymfevaten via microchirurgie aangehecht op een ader. Recent is er een groep die experimenteert met het aanbrengen van deze anastomose tijdens de initiële heelkunde (bvb okseluitruiming) ter preventie van lymfoedeem. Naar deze resultaten op lange termijn wordt met belangstelling uitgekeken. Een tweede optie om een fysiologisch herstel te bekomen is een transplantatie van gevasculariseerde lymfeknopen. Voor beide technieken moet men beseffen dat er nadien nog vaak compressie nodig is en dat complicaties na chirurgie mogelijk zijn. Voor de debulking wordt gebruik gemaakt van een lipolymfosuctie. Bij deze techniek wordt het vettig oedeem weggezogen. Na de liposuctie moet de patiënt korte rek bandages dragen. Na de heling moet de patiënt 24/24u een steunkous dragen. Indien de patiënt therapietrouw is dan worden met deze chirurgie goede resultaten bekomen.

Dr. Robert Damstra, dermatoloog van het expertisecentrum voor lymfo-vasculaire geneeskunde van het Nij Smellinghe Ziekenhuis Drachten in Nederland, was de gastspreker op deze derde editie. Hij bracht een update over de aanpak van lipoedeem, een moeilijk te behandelen probleem. Lipoedeem is geen oedeem maar een vetstofwisselingsziekte die voornamelijk voorkomt bij vrouwen owv de verschillende architectuur van het onderhuids bindweefsel. Tevens is lipoedeem geen mondiaal gegeven. Een typisch beeld bij lipoedeem is het cuff-sign; hierbij is de voet niet aangetast door het lipoedeem. In een later stadium komt verharding van de huid meer tot uiting. Er zijn aanwijzingen dat dit komt door verschillende inflammatoire events. Zo is het aangetoond dat er vaak een licht verhoogde CRP aanwezig is. De diagnose van lipoedeem moet op een jonge leeftijd gesteld kunnen worden en zeker afgetoetst tegenover obesitas. De behandeling bestaat uit het opmaken van  goed functioneel plan (ICF). Een volgende pijler is graded activity en reconditioneren van de patiënt. Psychologische begeleiding is vaak nodig. Een lichte compressie heeft vaak een gunstig effect op de gerapporteerde pijn.

Na de lunch kregen de ex-cursisten van Oedema een opfrissing van de MLD-technieken. De overige toeschouwers namen deel aan een rally waarbij ze om de 10 min. uitleg kregen bij de producten van verschillende firma’s.

In de laatste en interactieve sessie werd vooreerst door dr. L. Vandermeeren (St-Pieter Brussel) de principes van fluoroscopie gestuurde MLD uitgelegd. Aan de hand van verschillende filmpjes werden de fysiologische mogelijkheden van de fluoroscopie gestuurde MLD geïllustreerd. De technieken hebben de naam “Fill & Flush” gekregen. Dr. Vandermeeren bespreekt tevens de resultaten van de occlusiedruk van de lymfevaten bij gezonde personen. Het onderzoek toont aan dat de lymfvaten pas dicht gedrukt worden bij een druk ongeveer 105 mmHg.

Na deze theoretische uitleg over lymfofluoroscopie toont Dr. S. Thomis aan de hand van enkele casussen de mogelijkheden van fluoroscopie. Na de bespreking van de casussen wordt de lymfofluoroscopie live gedemonstreerd op een proefpersoon. De “Fill & Flush” technieken worden getoond. Nadien worden de toeschouwers uitgenodigd om hun technieken eens te testen; om zo via directe feedback te zien of ze in staat zijn om de lymfestroom te versnellen.

 

U vindt een beschrijving van ons privacybeleid en het gebruik van cookies op deze pagina.

Ik accepteer